Geschiedenis van de Zoutwachters in Nederland
Rond 1970 werd er in Nederland en Belgie actief gebruik gemaakt van zowel geofysisch loggen voor ondergronds karakterisatie (oa ligging zoet/zout vlak) en van Vertical Electrical Sounding (VES). Binnen TNO was er een onderzoeksgroep (TNO Dienst Grondwater Verkenning – DGV) die voorstelde om permanente kabels in de ondergrond te installeren als deel van de karakterisatie. Dit zijn de zoutwachters.
De installatie van zoutwachters in Nederland is begonnen aan het eind van de jaren 60. De precieze datum van de eerste zoutwachter installatie is onduidelijk, maar in TNO rapport TNO-80-ONB-001 van E. de Leeuw (1980) staat “Er zijn op dit moment vele honderden zoutwachters in gebruik, enkele al ruim tien jaar” en in rapport PN-70-003 van D. Walter (1970) wordt al naar zoutwachters verwezen. Sinds die tijd zijn er vele zoutwachters geinstalleerd in Nederland.
De precieze hoeveelheid, lokatie en status van alle zoutwachters die ooit in Nederland zijn geinstalleerd is niet geheel duidelijk maar een minimum aantal is 532. Dit waren de – in 2006 – bij TNO bekende zoutwachterlocaties (zie pagina 72 en 73 in het TNO rapport Monitoring zoutwaterintrusie naar aanleiding van de Kaderrichtlijn Water “verzilting door zoutwaterintrusie en chloridevervuiling” (R. Stuurman, G.O. Essink, H.P. Broers and B. van der Grift, 2006, TNO kenmerk 2006-U-R0080/A)).
Sinds die tijd zijn er een aantal nieuwe systemen geinstalleerd en het is ook mogelijk dat er in 2006 meer dan 532 systemen waren. De status van veel systemen is onduidelijk – het rapport van de Leeuw geeft aan dat data van sommige systemen onbetrouwbaar was. Dit kan mogelijk het resultaat zijn van een probleem met de connector maar mogelijk ook door binnendringing van water in de kabel.
Zoutwachter gebruik
Terwijl er vaak vele jaren aan zoutwachters is gemeten is er in een aantal gevallen een einde gekomen aan meetprogrammas. Ten dele is dit door problemen met de meetapparatuur of met de zoutwachter kabel. Een ander probleem is dat veel van het personeel dat bekend was met zoutwachters met pensioen gegaan is en als een gevolg van dit is er bij veel organisaties slechts beperkte expertise over zoutwachters.
Gerelateerd hieraan zijn uitdagingen met het gebruiken van historische data: Het meten aan zoutwachters en de data opslag ging vooral in de eerste jaren handmatig, en het is mogelijk dat historische metingen alleen in papieren vorm ergens in een archief zitten. Dit bemoeilijkt het gebruik van de historische data.
Deze situatie wordt ook geschetst in het boven gerefereerde rapport 2006-U-R0080/A, dat op bladzijde 65 dit citaat heeft: “Opvallend is dat er inmiddels heel veel zoutwachters zijn geïnstalleerd, maar dat de meetdata nauwelijks beschikbaar zijn. Veel zoutwachters zijn al heel lang niet bemeten“.
In deze context is het goed om op te merken dat er recentelijk binnen BRO (Basis Registratie Ondergrond) er een mogelijkheid voor het opslaan van zoutwachterdata is gecreeerd. Zie hier voor een link naar de standaard. Binnen de BRO vallen zoutwachter data onder de catalogus Formatieweerstanden (FRD). Dit registratie object valt onder Tranche 4 van de BRO en is in werking getreden in 2022.